Inloggen Registreren
Welkom op de coaches community van België en Nederland. Log in of registreer om de database te bezoeken.

Zo bouw je een band op met een speler (en dit zijn de valkuilen)

Meer
19 juli 2017 12:00 - 19 juli 2017 12:20 #528 door admin
admin heeft een nieuw onderwerp gemaakt: Zo bouw je een band op met een speler (en dit zijn de valkuilen)
Dat trainers als Jürgen Klopp en Pep Guardiola meestertactici zijn is algemeen bekend. Toch is alleen een goede tactiek meestal niet genoeg om constant op topniveau te presteren. Ook sociale vaardigheden zijn bijzonder belangrijk. De meeste voetballers die met Klopp en Guardiola gewerkt hebben lopen niets voor niets met ze weg. De alom geprezen Julian Nagelsmann, talentvol trainer van Hoffenheim, stelde dat het trainersvak voor dertig procent uit tactiek bestaat, en voor liefst zeventig procent uit sociale competentie. De goede relatie die ze hebben met hun spelers speelt dus een belangrijke rol in het winnen van prijzen. Hoe slagen ze er in een goede relatie met hun pupillen op te bouwen? En hoe zorgen ze dat dit niet ten koste gaat van het topsportklimaat?



Om uit te leggen hoe een goede relatie tot stand komt, is het belangrijk om te weten dat ieder mens van nature gedreven wordt door drie psychologische basisbehoeften: relatie (contact met anderen hebben), autonomie (laten zien wie wie je bent) en competentie (laten zien wat je kunt). Ook in een voetbalteam komen deze drie behoeften aan de orde. In een voetbalteam leert een speler immers omgaan met anderen, ontwikkelen kinderen een eigen persoonlijkheid en op het voetbalveld verbeteren ze hun kwaliteiten. Als trainer speel je een belangrijke rol in de ontwikkeling van een kind op deze gebieden. Je kunt die rol beter invullen als je een goede band met de speler hebt.

Relatie

Zo doe ik in de jeugdopleiding bij Ajax aan huisbezoeken bij jeugdspelers. Nieuw is dit idee niet: wijlen Johan Cruijff was al regelmatig aanwezig in het ziekenhuis, wanneer zijn spelers geopereerd werden. Door spelers in hun thuisomgeving of bij moeilijke momenten op te zoeken, krijgt de trainer een veel beter beeld van een speler en tegelijkertijd versterkt hij de band met hem. Hoe sterk de impact van een hechte band kan zijn, wordt goed duidelijk in onderstaand filmpje, waarin ex-Arsenal-speler Ian Wright zijn voormalig docent treft.



Dat kan goed van pas komen. Als spelers zich op hun gemak voelen in een team en bij hun trainer, zullen zij vermoedelijk beter presteren. Voor een speler speelt het contact met de trainer een voorname rol in zijn vertrouwen. Een speler die een goede band heeft met zijn coach zal eerder tips van hem aannemen en bovendien zal hij met meer plezier naar de voetbalclub komen. De trainer moet er derhalve voor zorgen dat spelen zich vertrouwd en veilig bij hem voelen.

De aanmaak van oxytocine biedt hier een verklaring voor. Oxytocine is een hormoon, die ervoor zorgt dat mensen er bij het nemen van beslissingen zeker van kunnen zijn dat ze volledig zullen worden gesteund door de mensen die om ons geven. Oxytocine wordt aangemaakt bij positief onderling contact.

Een trainer probeert met elk individu in het team een relatie op te bouwen. Van begin af aan laat de coach merken dat de speler hem kan vertrouwen en dat hij beschikbaar is voor de speler. Dat betekent niet dat een trainer zich met alles moet bemoeien – integendeel. Er moet ook ruimte zijn voor zelfregulatie en eigen initiatief bij kinderen. Het gaat erom dat kinderen weten dat ze naar hun trainer toe kunnen stappen als ze ergens mee zitten, of als ze ergens niet uitkomen. Als je vervolgens in gesprek raakt met de kinderen, probeer je met ze te praten in plaats van tegen ze. Honkbalcoach Dave Belisle geeft een perfect voorbeeld:



Een band opbouwen kan erg lastig zijn. Soms hebben spelers simpelweg even geen behoefte om met je te praten. Het is belangrijk om als trainer zo nu en dan pas op de plaats te kunnen maken, als een kind dit – al dan niet verbaal – aangeeft. Als trainer wil je immers voorkomen dat een speler je afstoot – dat heeft een averechts effect.

De natuurlijke hiërarchie tussen trainer en speler blijft altijd bestaan. Als een trainer te amicaal met zijn spelers omgaat, dan zou er onduidelijkheid in de groep kunnen ontstaan – het gevaar bestaat dat spelers in dat geval te vrij worden. Een trainer zal dus duidelijke grenzen moeten stellen. Het is belangrijk om samen afspraken te maken met de teamleden en het moet ze bovendien duidelijk zijn waarom die afspraken bestaan.

Een voorbeeld van een afspraak kan zijn dat je niet in het basiselftal start als je te laat bent. Een speler die later is, heeft immers minder tijd om zich voor te bereiden op de wedstrijd dan een medespeler die wel op tijd is. Het is essentieel om die uitleg te verschaffen: waarschijnlijk zullen regels beter nageleefd worden als het nut ervan duidelijk is. Het autoriteitsargument zal voor een kind nooit afdoende zijn: omdat ik dat zeg, en ik ben de trainer is voor een kind simpelweg geen goede reden.

Autonomie

Bij de Onder-10 van Ajax liet ik de spelertjes op een wedstrijddag eens helemaal zelf de opstelling bepalen, met de voorwaarde dat iedereen evenveel zou spelen. Ze moesten onderling uitmaken wie waar zou spelen en bovendien moesten ze een slim wisselbeleid opzetten. Dat dwong ze na te denken over de posities en kwaliteiten van zichzelf, maar ook van hun medespelers.

Dit kan pas als een speler goede relaties heeft opgebouwd met zijn trainer en zijn teamleden, en hij zich veilig en vertrouwd voelt. Dan kan hij immers pas laten zien wie hij is en wat hij kan. Een speler moet het vertrouwen krijgen om zijn persoonlijkheid te laten zien. Aan de andere kant moet een trainer het vertrouwen hebben dat hij zijn speler los kan laten. In het boek Ik de leraar spreekt onderwijsgoeroe Marcel van Herpen zelfs van een stelregel: je hebt een goede relatie nodig, om (als leraar of trainer) autonomie te verlenen.

Als de sfeer in de groep goed is, zal de autonome ontwikkeling van kinderen vanzelf zichtbaar worden. Een speler die normaliter niets durft te zeggen in een groep, steekt zijn vinger op. Autonomie houdt vooral in dat een kind zich onafhankelijk voelt. Hij is in staat zelf keuzes te maken en hij durft zijn mening te uiten. Het gaat er bij autonomie dus om dat een kind de vrijheid krijgt zelf initiatief te nemen.

Hoe autonoom een kind is, verschilt sterk per persoon. Een trainer kan de autonome ontwikkeling van een kind uiteraard beïnvloeden. Als trainer is het belangrijk om de balans te vinden. Een pupil moet niet te vroeg losgelaten worden – anderzijds kan te veel focus op de relatie beklemmend werken en de ontwikkeling van zijn zelfstandigheid belemmeren.

Er zijn goede redenen om een kind zelf vrijheid en verantwoordelijkheid te geven. Ten eerste is het in sommige situaties noodzakelijk dat een speler zelf een beslissing kan maken. In een vol stadion is het voor een speler niet altijd mogelijk zijn trainer of zijn teamgenoten te verstaan en er zijn situaties waarin een speler weinig tijd om te handelen heeft. Hij zal dan zelf in staat moeten zijn om open te draaien of om de pass te geven. Ten tweede zal een speler die alles voorgezegd krijgt, weinig fouten maken. Dat is niet bevorderlijk voor zijn ontwikkeling. Het is goed voor zijn doorzettingsvermogen als hij af en toe tegen een obstakel aan loopt. Ten derde kan de creativiteit van een speler beperkt worden als hij nooit zelf naar de oplossing hoeft te zoeken. Als een speler geen ruimte en vrijheid krijgt, zal hij geen nieuwe handelingen uitproberen. Tot slot kan het verschaffen van autonomie ervoor zorgen dat kinderen zichzelf verantwoordelijk voelen voor hun ontwikkeling. Dit bevordert de zelfregulatie onder spelers.

Kreeg jij ook zo vaak de opdracht van je trainer om ‘vooral geen balverlies te lijden’ en ‘het simpel te houden’? Dat is een typisch voorbeeld van het beperken van autonomie. Natuurlijk is het logisch om als trainer af en toe de veilige oplossing te stimuleren, maar door dit stelselmatig te doen zal een middenvelder nooit eens een mooie steekbal geven, of een afstandsschot proberen. Dat komt zijn creativiteit niet bepaald ten goede. Juist creativiteit staat vaak aan de basis van de handeling die in het moderne voetbal het verschil maakt. Denk maar eens aan een dribbel van Arjen Robben of een schot van de middellijn van Memphis Depay.

Competentie

Een mooi uitgevoerde schijnbeweging, een briljante steekpass, een kiezelhard schot – sutk voor stuk voorbeelden van de competentie van een voetballer. Het opbouwen van een relatie bevordert de competentie van een speler. Natuurlijk speelt het karakter van een speler nog steeds een belangrijke rol, maar als een speler zich vertrouwd voelt kunnen kwaliteiten boven komen drijven die normaliter niet aan de oppervlakte zouden komen. Het gaat bij competentie niet zozeer om onafhankelijkheid, maar om het leren en uitvoeren van vaardigheden.

Het leren van vaardigheden gaat een stuk beter als een speler een relatie heeft met zijn trainer. Hij zal eerder instructies aannemen, beter zijn best doen en offers willen brengen. Dat betekent dat de trainer zijn pupil – in positieve zin – uit kan gaan dagen. Hij kan doelen opstellen mét de speler. Denk daarbij aan een trainer die met zijn pupil afspreekt dat de speler aan het einde van het seizoen directe vrije trappen over de muur heen kan krullen.

De competentie van de speler zal vervolgens terug te zien zijn in het veld. Een echte lijnkeeper durft plots uit z’n doel te komen, een verdediger speelt niet alles breed maar tracht linies te doorbreken, een middenvelder begint steekpasses te geven en een aanvaller heeft het vertrouwen zijn directe tegenstander op te zoeken. Uiteindelijk is het idee dat een speler bij het ontdekken van zijn competenties enorm aan zelfvertrouwen wint.

Topsportklimaat

Er is nu een ideaalbeeld van de gevolgen van het opbouwen van een relatie geschetst. Uiteindelijk is het doel in een topsportomgeving echter om spelers beter te maken, en ze als beginnende topsporters af te leveren aan het eerste elftal. Naast het feit dat je een goede relatie wilt creëren met je pupil en je voor een veilige omgeving wilt zorgen, moeten spelers van een BVO ook weten dat de eisen voor topsport enorm hoog zijn. Als trainer moet je voor de juiste balans zorgen. Pascal Dupraz laat zien hoe topsport en een goed klimaat hand in hand kunnen gaan:



Het kan gebeuren dat je een te soft klimaat creëert. Met een soft klimaat bedoel ik dat er te weinig druk is en de lat niet hoog genoeg ligt. Er is dan te veel vrijheid verschaft door de trainer. Gevolgen kunnen zijn dat een speler in de toekomst lastig met kritiek en stress om kan gaan. Ook kan het in dat geval voorkomen dat een speler niet gedisciplineerd is in zijn speltaken en in zijn afspraken. Een speler is in dat geval niet goed genoeg voorbereid op de topsportfase. Kennis maken met het omgaan met druk hoeft nog niet in de onder-9 te gebeuren, maar vanaf de onder-15 kunnen spelers langzaam aan de aanwezigheid van druk wennen.

Het tegenovergestelde zou ook voor kunnen komen: de relatie met de speler is te kil en de omgeving voelt niet veilig. De aanpak van de trainer is dan niet mensgericht genoeg. Hij voelt niet genoeg vertrouwen en zal niet in staat zijn zelf keuzes te maken en initiatief te tonen. Dit betekent echter niet dat een trainer niet eerlijk en duidelijk moet zijn. Juist trainers die duidelijk en eerlijk naar hun spelers zijn over hun speeltijd en hun perspectief krijgen een betere band met hun trainer, omdat ze als betrouwbaar gezien worden.

Niet een extreme aanpak, maar een evenwichtig beleid met oog voor de speler én het topsportklimaat is gewenst. Er is niet één goede aanpak, te meer omdat elk team en elke speler verschilt. Het is voor mij dus onmogelijk om een heel concrete aanpak met stappenplan te formuleren. Een trainer zal deels op zijn ervaring en zijn intuïtie af moeten gaan. Een coach moet continu observeren en analyseren hoe spelen zich in een team voelen en gedragen. Daarnaast zal hij zijn aanpak moeten toetsen aan de omgeving waarin hij verkeert. De trainer zou kunnen overleggen met collega-trainers, ouders en natuurlijk de pupil zelf. Voortdurende zelfreflectie is daarbij essentieel, ook voor de ontwikkeling van de intuïtie van de coach.

Al met al is het opbouwen van een relatie een gecompliceerd en tijdrovend proces. Op de lange termijn kan een goede relatie echter zijn vruchten afwerpen. Zonder een goede relatie is het bereiken van topprestaties namelijk onmogelijk.

(bron: www.catenaccio.nl )
Laatst bewerkt: 19 juli 2017 12:20 door admin.

Please Inloggen to join the conversation.

In samenwerking met

Vinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.xVinaora Nivo Slider 3.x
Trainervoetbal
Neem deel aan de verloting en maak kans op downloadpunten (deelnemen na inloggen of registreren, verloopt 31 juli) trainervoetbal.com
Trainervoetbal
Maak kans op een waardebon €25. Ga naar onze facebookpagina en deel het volgende bericht. facebook.com/trainervoetbal…twitter.com/i/web/status/9…
Trainervoetbal
GRATIS oefenvorm: Uit de dekking opeisen (opwarming) trainervoetbal.com/index.php/down…
 

Enquête

Aantal trainingen per week (voorbereiding)

Winkelwagen

De winkelwagen is leeg